De verliezende winnaar

5 november 1959

‘Peter? ‘Ja?’ Zijn stem klinkt alsof er stukjes grint in zijn mond zitten. Hij kijkt naar het papier voor zich waar allerlei cijfer staan. Keurige rijtjes onder elkaar. Als boekhouder houdt hij van cijfers. Hun rondingen, strepen, verbuigingen maar bovenal omdat ze hem rustig maken. Hun koele helderheid, hun eindeloze mogelijkheden bieden hem een horizon. Om naar toe te gaan, om achter te verdwijnen. ‘Peter, wil je hier even naar kijken? Zijn baas staat voor zijn bureau. Wanneer hij niet direct antwoord vervolgt hij: ‘Het moet vandaag wel de deur uit. Bedankt hè?’ Zijn woorden slingeren achter hem aan terwijl hij de kantoorkamer verlaat. Hij zucht en strijkt met zijn hand door zijn zwart golvend haar. Zijn heimelijke trots. Dan staat collega Franssens opeens naast hem. Met de voetbaltoto in zijn hand. Vanavond speelt het Nederlandse elftal tegen Noorwegen. Hij ziet allerlei vergelijkbare uitslagen: éen-éen, twee-éen, éen-twee enz. Hij pakt zijn pen en schrijft resoluut zeven-éen. Negeert de verbaasde blik van zijn collega. Een uur later verlaat hij het kantoor. Buiten blijft hij even met de fiets aan de hand stil staan.

Een kwartier later is hij thuis. Bij zijn twee kleine dochters en Jannie zijn vrouw. Jantje zoals hij haar soms liefkozend noemt. Het komt hem voor alsof zijn vrouw hem verwijtend aankijkt. Daar heeft ze ook wel reden toe. Zij draagt de last van een zware zwangere buik. De last van het groeiend kind in haar. Dat ze niet wenst, zo kort na de vorige. Hij overigens ook niet. Hij twijfelt sowieso over zijn rol als vader. Heeft angst dat hij het niet aankan. Niet waar kan maken. Wat is een goede vader? Hij heeft geen idee. Bovendien heeft hij genoeg aan zich zelf. Meer dan genoeg. Hij zucht, zijn schouders zakken. Vanuit zijn fauteuil kijkt hij naar zijn vrouw. Haar grijsblauwe ogen kijken langs hem heen.

Later die avond. Het eten is gedaan. De kinderen zijn naar bed. Het is stil op straat. Af en toe fietst er iemand voorbij. Geen voetgangers. Hij leest de krant, zijn krant ‘Het Vrije Volk’. Op de ronde kersenhouten tafel ligt een schrift met een vulpen op een opengeslagen bladzijde. Zojuist heeft hij de uitgaven van de afgelopen week opgeschreven. Het viel niet tegen. Vroeger zou hij met Jantje naar de bioscoop zijn gegaan. Hij ziet hoe ze stevig gearmd na afloop de bioscoop uitlopen en bij thuiskomst een oude krant op de eettafel uitspreiden. Hij hoort het pellen van de doppinda’s. De geur die langzaam omhoog stijgt. Pinda’s die langzaam in zijn mond heen en weer bewegen. De smaak. De kussen die zij beiden elkaar over de tafel heen geven.

Hij schrikt op van gekerm aan de andere kant van de huiskamer. Hij ziet zijn vrouw in elkaar gedoken zitten, haar handen klampen zich vast aan de tafelrand. Loopt op haar af. Slaat zijn armen om haar heen. Dat helpt niet. Ze vergaat van de pijn. Later komt er bloed, veel bloed. Even is hij in paniek. Dan rent hij naar de overkant van de straat waar een buurvrouw telefoon heeft. Een ambulance. Het ziekenhuis. De operatie. Macabere dans van leven met dood. Zijn vrouw overleeft, zijn zoon niet.

7 november 1959 Het is koud. De zon schuilt achter een half bewolkte hemel. De gevoelstemperatuur is onder nul. Hij trekt met één hand de kraag van zijn grijze winterjas omhoog. Zijn andere hand draagt het kistje. Het kleine rechthoekige kistje waar Peter in ligt. Zijn zoon, naar hem vernoemd. Het geluid van zijn voortstappende voeten doorbreekt de stille novembermorgen. Uit zijn mond komen kleine wolkjes damp. Dan heeft hij de plek bereikt. Naast het vers gegraven graf liggen kleine hoopjes zand. Hij voelt iets bitters in zijn mond. Het blijft steken in zijn keel. Net als woorden die hij niet kan zeggen. Hij knielt neer op zijn knieën. Zijn handen omklemmen het kistje. Zijn lippen proeven het ruwe hout. Proeven donkerheid. Hij legt zijn zoon in het graf.

9 november 1959 Op kantoor is het een komen en gaan van collega’s. In een langzame stoet schuiven ze langs zijn bureau. Hij hoort ze zeggen: ‘ we vinden het heel erg.. gelukkig heb je nog twee dochters.. hoe gaat het nu met je vrouw?’ Hij knikt, bedankt, schudt handen. Verdiept zich vervolgens weer in zijn werk met cijfers. Hij ervaart ze als ware vrienden. Zij blijven onveranderd hetzelfde. Voor altijd. Zijn houvast. Zijn troost. Er staat weer iemand voor zijn bureau. Zijn collega Franssens. Hij houdt een blikken trommel vast. Draait wat heen en weer, schraapt zijn keel en zegt: ‘Voor jou Peter. Je bent de winnaar van de voetbaltoto.’

Gepubliceerd door inekewielinga

Welkom op mijn schrijversblog. Op deze blog staan verhalen en gedichten over wat ik meemaak of waarover ik fantaseer. Als vierjarige las ik al Sjors en Sjimmie. Of deed alsof ik las. Lezen en schrijven is voor mij dagelijkse kost. Graag neem ik je mee met wat mij bezighoudt. Graag hoor ik wat je ervan vindt.

6 gedachten over “De verliezende winnaar

  1. Mooi zoals je hetzelfde uitgangspunt steeds vanuit een ander perspectief belicht.
    Dit verhaal vind ik verrassend en er zitten veel lagen in. Fantasievol. Ben nieuwsgierig naar de volgende verhalen over je broertje.

    Like

  2. Heel bijzonder hoe je dit verhaal hebt opgebouwd. Het boeit vanaf het begin tot het einde. De titel maakt alleen al nieuwsgierig. Goed gevonden.

    Like

  3. Dankjewel Anneke, ik had dit verhaal al eerder geschreven voor de schrijfcursus., maar het was toen een verhaal van tweehonderd woorden. Heb nu een uitgebreidere versie geschreven. Gelukkig boeit het dus wel. Fijn!

    Like

Laat een reactie achter op Dorja Hoving Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: