Spoorzoekertje

1990 ‘Ik heb het geruimd hoor’. Het is het eerste dat mijn moeder tegen me zegt wanneer ik de huiskamer van de aanleunwoning binnenkom. Het appartement waar mijn moeder woont sinds het overlijden van mijn vader twee jaar geleden. Ik kijk om mij heen maar zie niets bijzonders. De tweezitsbank met het gekleurde verenmotief, de kersenhouten ronde tafel vol met boeken, het tinnen theeservies. Mijn ogen blijven haken bij de buikvormige suikerpot. ‘Wat heb je geruimd?’ ‘O, het graf van het kindje.’ ‘O’ papegaai ik terwijl een raar gevoel in mij omhoog kronkelt. Dan is het weg. Het kindje is mijn broertje. Overleden een dag na zijn geboorte. ‘Het was beter zo ‘ zei mijn moeder de zeldzame keren wanneer zij over hem sprak. ‘Hij zou anders maar zwaar gehandicapt zijn. Of: ‘het was al zo druk met jullie beiden.’ Ik heb het lang als zoete koek geslikt. We hebben het graf nooit bezocht. Geen idee waar hij is begraven. Mijn vader sprak nooit over hem. Ik heb er nooit naar gevraagd. ‘Hoezo geruimd?’ vraag ik. ‘De huur van het graf wordt niet verlengd. Anders moeten er later kosten worden betaalden dan is het jullie maar tot last.‘ Het woord ‘last’ blijft bij mij hangen. Even maar. Daarna drinken we een kop koffie.

2019 Het is één uur. Ik sta onder de Martinitoren en wacht op Ida. Daar komt ze aanfietsen. Haar lange donkere haren dansen om haar schouders. Ze stapt af. We kijken elkaar aan. Onwennig. Het is een verwarrend moment. We gaan naar ons broertje. Ons broertje dat zestig jaar geleden is begraven. We hebben naar dit moment toegeleefd. Maar nu zien we er tegen op. Zullen we maar?’ vraagt Ida. We fietsen weg. In mijn rechterhand houd ik een bos witte rozen.

Dan zijn we er. Bij Selwerderhof. Het is winderig met mooie witte wolken en felle blauwe lucht. We zetten onze fiets tegen het hek en lopen de begraafplaats op. Samen turen we op de plattegrond in onze hand: vak vier, veld drie, drieënveertig. De plek is lastig te vinden omdat de steen is verwijderd, geruimd, zoals mijn moeder zei. Maar het graf met hem is er nog wel. Op een klein grasveld staan we stil. Dit is de plek. Hier ligt ons broertje. Het kleine veld is rechthoekig met hier en daar een grafsteen. Er staan hoge bomen. Mijn zuster houdt een kleine toespraak. Haar stem vol rust, kalmte en liefde. Ik zak door mijn knieën. Woel met vingers door het gras, totdat koele grond mijn hand rustig maakt.

Gepubliceerd door inekewielinga

Welkom op mijn schrijversblog. Op deze blog staan verhalen en gedichten over wat ik meemaak of waarover ik fantaseer. Als vierjarige las ik al Sjors en Sjimmie. Of deed alsof ik las. Lezen en schrijven is voor mij dagelijkse kost. Graag neem ik je mee met wat mij bezighoudt. Graag hoor ik wat je ervan vindt.

4 gedachten over “Spoorzoekertje

    1. Dankjewel Janny. Ik vind het heel leuk dat je mijn blog volgt. En dat je het ook bevalt. Deze verhalen wilde ik al langer vertellen en in deze Coronaperiode vind ik de tijd en rust om het op te schrijven

      Like

  1. Een verhaal dat uit tegenstellingen bestaat. Het eerste gedeelte heeft iets kils. Al kan het best zijn dat de emoties door moeder niet getoond worden maar er wel zijn. In het tweede gedeelte blijkt hoe de zussen geraakt zijn wanneer zij het broertje gaan zoeken. Ontroerend verhaal.

    Like

  2. Grappig of liever gezegd bijzonder dat je dit zegt. Zo op het oog hebben/hadden mijn moeder en ik een warme relatie en mijn zuster en ik vice versa. Maar het klopt, in dit verhaal, deze context is het andersom.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: