Beeldspraak

Gisteren was ik de prachtige beeldentuin van kasteel Nijenhuis. Ik was daar om al het moois te bewonderen en om een verhaal te gaan schrijven over één van de beelden uit de beeldentuin. Het liep anders…

Nog een praktische mededeling voor mijn gewaardeerde lezers. Ik geef mijzelf zes weken schrijfvakantie en ontmoet jullie half augustus weer. voor nu veel leesplezier!

Vogels, Afbeelding, Tuin, Decoratie

Ze lijkt net een volgelverschrikker.

Het is de eerste gedachte die bij hem opkomt wanneer ze zijn tafel nadert. Haar wijd vallende kleding van onbestemde kleur, iets blauwachtigs of roze, ruist terwijl ze loopt. Hij ziet dat ze lang haar heeft, bruin met grijs dat als een vogelnestje in strengen om haar hoofd is gedrapeerd. Ze is bij hem wanneer hij half is opgestaan.

Hij zegt:

‘Dag.’

‘Ik ben Evert-Jan’

‘Aangenaam, ik ben Louise’.

Ze spreekt haar naam langzaam uit. Lijzig.

Ze gaan beiden zitten op het terras van kasteel ‘het Nijenhuis.’

Voor hen staan vele beelden stil in het gras van de uitgestrekte tuin.

Al snel ontspint zich een gesprek waarin hij de boventoon voert. Waarin hij vertelt in Haren te wonen. Dat zijn vader ambtenaar was, zijn moeder kleuterjuf en zo praat hij verder.

Af en toe klinkt spreekt zij een enkel woord of een zin. Haar stem klinkt als zacht ruisende blaadjes van een boom.

Zijn stem is hard.

Hij praat verder. Over zijn vrinden, de club waar hij wekelijks komt.

Op zeker moment buigen zij beiden over de tafel en geven elkaar een kus.

Ze buigen weer terug. Elk in hun eigen positie. Zij luistert. Hij vertelt.

Mensen in hun omgeving verlaten het terras, anderen nemen hun plaats in. Gaan weer weg. Zij blijven zitten.

Hij denkt dat het wel goed gaat. Louise, de stem klinkt nog als iets stroefs in zijn mond, lijkt geboeid te luisteren. Hij wil dat het ook goed gaat. Het moet. Hij gooit er nog een schepje bovenop. Zijn stem klinkt luider wanneer hij zegt:

‘Ja, deze wijn beveel ik je aan, hij is dróóg en fruitig’.

Louise knikt. Ze heffen het glas en proosten. Evert-Jan neemt een flinke slok en strijkt met de tong over zijn lippen.

Louise neemt een minislokje.

Evert-Jan:

‘Ik wil je graag vasthouden en een zoen geven’

Beiden staan op. Gaan naast de terrastafel staan.

Hij pakt haar handen vast en legt ze tegen zijn borst. Hijzelf slaat zijn armen om haar heen, kijkt haar aan en zoent haar op haar geopende lippen. Iets te hard bedenkt hij.

Ze gaan weer zitten.

Ze loopt het terras op en kijkt om zich heen.

‘Ja’, dat moet hem zijn. Ze ziet een forse lange man met een bos wit haar. Blauwe ogen die haar aankijken. Hij wenkt haar.

Hij zegt: ‘Dag. Ik ben Evert-Jan’

Zij zegt: ‘Aangenaam, ik ben Louise.’

Ze gaat zitten.

Evert-Jan begint gelijk te praten. Ze luistert met een half oor en probeert zich te ontspannen.

‘Kom op’, zegt ze tegen zichzelf

‘Dit is toch wat je wou. Een normale leuke man.

Ze kijkt hem aan. Ziet zijn gebruinde gezicht, de volle lippen, het grote witte bos haar dat zijn gezicht omlijst.

‘Wel een stoere kop ‘ besluit ze.

Maar het lukt haar niet om lang naar hem te kijken. Ze voelt haar nek verstrakken en draait hem rustig heen en weer. Ze ziet andere mensen. Een jonge vrouw, met een jonge en oudere man aan het tafeltje naast hen. Een stel met waarschijnlijk de vader van één van hen. De vrouw kijkt op haar telefoon en drinkt een glas met een bruine drank. IJsthee, appelsap misschien.

De oude en de jonge man kijken samen naar de plattegrond van de beeldentuin. Die van haar zit nog opgevouwen in haar tas.

Ze kijkt haar tafelgenoot aan. De koffiekopjes staan leeg op de tafel.

Hij praat en praat. Blijft praten. Zijn woorden rollen als grote woeste golven over haar heen.

‘ Loge..

  Vrinden..

  Ambtenaar..

  Haren..’

Dan ineens buigt hij zich naar voren. Zij buigt ook en dan is er een zoen.

Ze merkt dat ze zich afsluit. Hij opent zich. Met brede armgebaren en woorden en zinnen die naar worden toegeworpen.

Zijn stem klinkt luider. Ook scherper alsof en stukjes kiezelsteen tussen zijn tanden zit.

Ze kijkt hem aan. Probeert zich te vermannen. Het lukt niet.

Ze neemt een klein slokje van haar glas witte wijn.

Hij gaat op staan en zegt:

‘Ik wil je graag vasthouden en een zoen geven.’

Als een braaf meisje staat ze op. Laat haar handen vasthouden. Laat zich omarmen.

Hij zoent haar. Een harde zoen.

Ze staat op, pakt haar tas.

Dààg zegt ze.

Fladdert het terras af.

Gepubliceerd door inekewielinga

Welkom op mijn schrijversblog. Op deze blog staan verhalen en gedichten over wat ik meemaak of waarover ik fantaseer. Als vierjarige las ik al Sjors en Sjimmie. Of deed alsof ik las. Lezen en schrijven is voor mij dagelijkse kost. Graag neem ik je mee met wat mij bezighoudt. Graag hoor ik wat je ervan vindt.

8 gedachten over “Beeldspraak

Laat een reactie achter op inekewielinga Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: