Z o  n d a g m i d d a g   

Goedemorgen lezers. Welkom op mijn site in dit nieuwe jaar. Ik wens jullie allemaal een gezond en liefdevol 2022 toe. Na een pauze komt nu weer een verhaal van mij. Het gekke is dat ik van plan was een fantasieverhaal te schrijven. Maar soms is de pen dwingender dan de schrijver zelf. Want voordat ik het wist schreef ik een autobiografisch verhaal…

O, ik haat zondagen. Zo sloom, saai en eindeloos. Ik sta voor het raam en kijk naar buiten. Alles is stil en grijs. Vandaag speel ik niet buiten. Mijn zondagse kleren mogen niet vies worden en mama wil het niet voor de buren. Die zijn heel christelijk en mogen niets op zondag. Ze gaan wel steeds naar de kerk.

Ik trek mijn afgezakte kniekous omhoog. Die heeft mama gebreid. Gebroken wit noemt zij ze. Het past goed bij mijn grijze rok met plooi van voor en achter. Mijn lichtblauwe trui en vest vind ik wel mooi. Twinset heet dat.

‘Twinset’ zeg ik zachtjes. En nog een keer

Mijn vader zit bij de ronde tafel in de voorkamer. Hij heeft een loupe in zijn hand waarmee hij de krant leest. Mijn moeder zegt dat hij te ijdel is voor een bril.

Het warmeten is op en ik loop naar Greetje. Zij woont drie straten verderop. Wij wonen in een kleine straat en aan het eind kom je op het Van Brakelplein. Daar is een mooie vijver met veel gras er om heen. Op het grasveld aan de overkant voetbal ik doordeweeks samen met de jongens van mijn klas. Ik ben het enige meisje. Dat komt omdat ik heel goed kan keepen.

Voorbij het plein loop ik naar Van der Doesstraat, Admiraal de Ruyterplein en dan ben ik op de Peizerweg. Ik loop de stenen trap op naar boven en bel aan.

Liesbeth, Greetjes kleine zusje, opent de deur. Ik stap naar binnen en het is net of ik mij gelijk lichter voel.

‘Hoi Ien’. Greetjes vader zit op de bank en steekt zijn hand naar mij op. Op de tafel voor hem staan een paar plastic ondoorzichtige rechthoekige bakken. Hij steekt zijn hand in de bakken, haalt er wat uit en draait er met zijn grote hand kleine balletjes van. Vieze smurrie.

‘Ik ga ze lekker verwennen’ zegt hij

‘Ik bedoel de vissen natuurlijk’. Hij kijkt mij lachend aan.

Greetjes moeder is aan het strijken. Er hangt een hele bult kleren over de rugleuning van een stoel. Iedereen noemt haar ‘Zus’ terwijl ze Puck heet. Eigenlijk wel gek, maar ik vind haar heel lief. Ze is altijd aardig tegen mij.

‘ Zullen we gaan?’ vraagt Greetje. Ze heeft haar jas al aangetrokken.

Buiten zie ik een trein voorbij rijden. Ik kijk hem na totdat hij de bocht omgaat en verdwijnt. Ik fantaseer dat ik in die trein zit. Op weg naar ..weet ik veel. Maar weg van hier. Ver weg.

‘Waar gaan we naar toe?’ vraag ik

‘Weet ik niet, naar jouw huis?’

Ik zucht.

‘Okay’

We lopen de hoek om en slenteren over de stoep. Af en toe staan we stil en kijken om ons heen. Het is stil buiten. Er lopen geen andere mensen. Ook geen kinderen.

Op het van Brakelplein fietst een man aan de overzijde. Bij ons in de straat kijkt staat Lucas voor het raam. Hij woont boven ons. Ik zwaai naar hem maar hij zwaait niet terug. Even later is hij weg. Lucas moet zondag de hele dag binnen zitten. Hij moet wel twee keer naar de kerk. Ik heb gehoord dat het geen pretje is. Je zingt ingewikkelde liedjes uit een zwart boek met dun vergeelde bladzijden.

Verschrikkelijk. Arme Lucas. Eigenlijk niet leuk dat ik hem wel eens pest. Ik weet dat het niet aardig is en het mag ook niet van mijn ouders. Ik neem me vaak voor om het niet meer te doen. Maar ik weet niet wat het is, als ik hem zie doe ik het steeds weer. Ook nu vind ik dat ik ermee moet stoppen.

Door de achtertuin lopen wij ons huis binnen. Door de keuken, de gang met de hele grote houten klok die altijd hard slaat komen wij de huiskamer in. Mijn moeder lacht Greetje tegemoet.

We gaan bij haar aan de grote tafel zitten. Voor mijn moeder staat een kop koffie. De damp vermengt zich met kringeltjes rook van haar sigaret. Caballero.

Mijn moeder maakt een kopje thee voor ons. Uit de trommel pakken we een

Bruine Beer Biscuit. Ik doop hem in de thee en eet hem langzaam op.

Daarna lopen we weer naar Greetjes huis. We spelen Ganzenbord met kleine Liesbeth. Van Greetjes moeder krijgen we een bakje paprikachips en een glas ranja.

En dan,  dan is het bijna half zes. De avond gaat bijna beginnen. Buiten is al een beetje donker. De lantaarnpalen branden. Ik huppel naar huis.

Gepubliceerd door inekewielinga

Welkom op mijn schrijversblog. Op deze blog staan verhalen en gedichten over wat ik meemaak of waarover ik fantaseer. Als vierjarige las ik al Sjors en Sjimmie. Of deed alsof ik las. Lezen en schrijven is voor mij dagelijkse kost. Graag neem ik je mee met wat mij bezighoudt. Graag hoor ik wat je ervan vindt.

2 gedachten over “Z o  n d a g m i d d a g   

  1. Je zal de zondagmiddagen altijd onthouden. Hoe lang ze duren.. de sfeer.. Steeds weer bedenken hoe je ze moest invullen toen je jong was. Mooi beschreven.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: