
Ik kijk uit het raam en zie haar voorbij lopen. Dagelijks zie ik haar, meestal vergezeld door haar man. Altijd loopt zij voorop. De man, kleiner met gebogen hoofd, loopt een halve meter achter haar. Het lijkt alsof hij moeite heeft haar bij te benen. Beiden dragen donkere kleding. Hij een lange zwarte regenjas die goed past bij zijn glimmend zwarte kapsel. Zij is gekleed in het donkerblauw en draagtd een lange broek. Op haar linker schouder zie ik de blauwe een canvassen tas die over haar schouder hangt. Donkerblauw natuurlijk.
Het komt mij voor alsof zij de hele dag aan het lopen zijn. Ik merk zoiets op omdat ik zelf ook vaak en graag wandel. Zoals ik met de hond loop, zo lopen zij met elkaar. Wanneer ze mijn huis net voorbij zijn, steken ze schuin de straat over en gaan verder richting het dorp.
Iedere dag. Elke morgen. Elke avond. Overdag zie ik de vrouw alleen ook nog een keer of twee. Het komt regelmatig voor dat onze wegen elkaar kruisen. Nu ben ik niet iemand die altijd iedereen groet. Daar houd ik nu eenmaal niet zo van. Maar de vrouw, die ik dagelijks zie, haar wil ik haar juist wèl groeten. Zij intrigeert mij met haar vele geloop, de vaste routes en misschien nog wel het meest, dat zij voorop loopt en de man met gebogen hoofd er achter aan. Maar wij groeten elkaar niet. Zij wil het niet. Ze wendt haar hoofd af op het moment dat wij op gelijke hoogte elkaar passeren. Een keer maakte zij met haar hoofd een klein knikje richting mij. De keer daarna was het alweer voorbij. Ik zou haar gezicht niet eens goed kunnen beschrijven. Onopvallend. Ze draagt een bril. Ik weet waar zij woont en altijd wanneer ik haar huis passeer, loop ik extra langzaam of sta zelfs even stil om bij haar huis naar binnen te kijken. Maar ik zie nauwelijks iets. Vele dichte en hoge struiken, en door de stoffige ramen een schilderij waar ik weinig anders van kan zien dan wat grijzige en lichtblauwe tinten. Een vriendin wist laatst te vertellen dat zij in de pizzeria van ons dorp in lachen was uitgebarsten. Ik kan mij daar niets bij voorstellen.
Maar gisteren gebeurde er iets merkwaardigs. Ik deed mijn dagelijkse boodschappen bij Albert Heijn en sloot aan in een rij bij de kassa. Rondkijkend zag ik twee rijen verder de vrouw staan. Nieuwsgierig als ik ben verwisselde ik mijn rij voor de hare. Nieuwsgierig bijvoorbeeld om haar stem te horen. Ze had geen kar of boodschappenmandje. Wel de canvassen tas, haar trouwe metgezel. Toen zij aan de beurt was, opende ze haar tas. Zes flessen rode wijn kwamen tevoorschijn. Ze zette ze op de lopende band. Kort daarna vertrok ze de met gevulde tas die gewoontegetrouw over haar linker schouder hing.
Ik was helemaal opgewonden. Het kwartje was gevallen. De puzzelstukjes pasten naadloos in elkaar. Het vele lopen. De afgewende blik, de onopvallende kleding, het door groene bosschages en stof ‘verstopte’ huis en de tas natuurlijk. De dagelijkse gang van de tas met wijnflessen van de winkel naar haar huis. Deze vrouw is alcoholist. Het kan niet anders, toch?
Je nieuwsgierigheid bevredigd…wel triest hoor!
LikeLike
Kostelijk! Ik denk te weten wie je bedoelt, Ineke!
LikeLike
Ha ja hè? Bijzonder stel vind je niet?
LikeLike
Ha ja maar helemaal zeker weet ik het (nog) niet…
LikeLike
Triest wanneer deze vrouw alcoholiste is. Temeer omdat het er op lijkt dat ze geen sociale contacten heeft…
LikeLike
Ja precies ‘lijkt’. Het is mijn interpretatie, misschien is de realiteit heel anders…
LikeLike